07 juli 2021

Dialoog #6: Door de ogen van de Inspiratieregio’s “We zijn pas net begonnen!”

Hoe kunnen de Inspiratieregio’s ons inspireren om met andere ogen te kijken naar de verbetering van ontwikkelkansen voor ieder kind? Wat doen ze anders dan anders? En wat kunnen we daarvan leren? Deze vragen stonden centraal op de zesde Dialoogsessie Met Andere Ogen op dinsdag 29 juni 2021 vanuit Pakhuis de Zwijger. Moderator Natasja van den Berg, directeur-bestuurder Astrid Ottenheym van Samenwerkingsverband PPO-NK en Expert Jeugdstelsel Bas Wijnen van het Nederlands Jeugdinstituut waren met ons getuige van zeven gepassioneerde pitches, en voorzagen deze van vragen en commentaar.

1. Buurtteam VO&SO regio Utrecht

Iris Limborgh is gezinswerker bij buurtteam VO&SO in de regio Utrecht, een regio die te kampen heeft met een groot aantal thuiszitters. Het lukte maar niet om voor hen een goed aanbod te ontwikkelen. Een deel van de oplossing bleek te liggen in een intensieve betrokkenheid van ouders. Er kwam daardoor veel informatie beschikbaar die tot nu toe over het hoofd was gezien. Dit heeft geleid tot een routekaart met een gelijkwaardige rol voor alle betrokkenen en met als doel: binnen drie maanden een passend aanbod voor iedere thuiszittende leerling. 

Deze werkwijze heeft vooral het belang laten zien van een goede ouderbetrokkenheid. Iris Limborgh: “Ouders zien door de bomen het bos weer. Ze merken ook dat iedereen om hun kind heen gaat staan. Dat helpt om het goede gesprek te kunnen voeren. Wij houden ons steeds voor: ouders hebben de hoofdrol. Zij blijven, wij zijn maar tijdelijk.”

 

2. Passende Samenwerking regio Foodvalley

De vijf samenwerkingsverbanden en zeven gemeenten in de regio Foodvalley (rond Ede) hebben afspraken gemaakt over een passende samenwerking. Projectleider Renee Boeijen, tevens beleidsmedewerker van SWV Rijn en Gelderse Vallei, vertelt dat iedereen zich gezamenlijk verantwoordelijk voelt voor het bieden van passende oplossingen. “In de gesprekken staat altijd de vraag centraal: welke ondersteuning is wanneer nodig en hoe regelen we dat met elkaar? Het gesprek begint bij de inhoud. We stellen met elkaar vast wie er verantwoordelijk is of zijn. Aan het einde praten we pas over geld.”

Ook in de regio Foodvalley staan ouders centraal: “Ouders zijn de belangrijkste partners aan tafel”, zegt Renee Boeijen. “Het gesprek over de inhoud voeren we altijd met hen, liefst ook met de leerling erbij. En we laten ze zelf de keuze bij welke gesprekken ze aanwezig willen zijn. De gesprekken in onze regio hebben daardoor een ander karakter gekregen: niet meer vanuit ‘hoeveel kost dit en hoe kunnen we bezuinigen?’, maar vanuit vertrouwen dat we samen zoeken naar de beste oplossing.”

 

3. Beschikkingsvrije jeugdhulp bij SWV PO de Meierij

In de regio Den Bosch is beschikkingsvrije jeugdhulp georganiseerd. Anouk Knoster, gezinsbegeleider bij Cello, is voor 20 uur per week beschikbaar als ambulant begeleider jeugdhulp en onderwijs voor de 42 scholen in de regio, met in totaal 11.000 leerlingen. “Voor ouders hoor ik bij de school, dus de stap naar een hulpvraag is eenvoudig gezet. En ik sta dicht bij de leerkracht die ik in een vroeg stadium kan adviseren over de juiste oplossingen. Daardoor kunnen we er vroeg bij zijn, en voorkomen we een deel van de zwaardere vormen van jeugdhulp.”

Pieter-Jan van Hoof, regiomanager van SWV PO de Meierij, vertelt dat door deze aanpak de interprofessionele samenwerking wordt versterkt: “De school leert van de jeugdhulp, en andersom. Het helpt de school ook de grenzen beter te bewaken: wat kun jij nog als school oplossen, en wanneer wordt het zorg? Professionals blijven zo beter in hun rol, waardoor we sneller in staat zijn problemen in een vroeg stadium aan te pakken, bijvoorbeeld door ook ouders er vroeg bij te betrekken: welke handvatten kunnen wij hen geven zodat wij samen grip krijgen op het probleem?”

 

4. Knooppunten onderwijs, opvang en zorg in regio Zuid-Limburg

In Zuid-Limburg zijn knooppunten ingericht waar onderwijs en zorg samenkomen, op plekken waar kinderen zijn. Angelique Sterken, inspirator, begeleider en coach van het project, vertelt dat de centrale doelstelling is het versterken van de interprofessionele samenwerking om zo preventiever te kunnen werken. “We willen leren van elkaar. We delen en benutten elkaars data. We versterken op deze manier de twaalf knooppunten of werkplaatsen die we tot nu toe hebben benoemd. Hierin werken alle professionals nauw met elkaar samen: leerkrachten, IB’ers, de voorschool, de jeugdarts, het samenwerkingsverband, de leerplicht, het sociaal team, en natuurlijk ook de ouders. Hierdoor hopen we in staat te zijn om zoveel mogelijk hulpvragen zo vroeg mogelijk op te kunnen lossen, binnen een reguliere setting.”

 

5. Dagklas en flexpool in SWV VO Zuid-Kennemerland

In Zuid-Kennemerland (rond Haarlem) is op een behandelcentrum een dagklas ingericht voor kinderen die te maken hebben met angst en/of autisme. De vertrouwde omgeving van hun behandelsetting is gecombineerd met een onderwijsaanbod op maat. “We brengen de wereld van onderwijs en zorg hier bij elkaar”, vertelt Johan Vermeer, directeur-bestuurder SWV VO Zuid-Kennemerland. “We merken dat de leerling zich hierbij prettig voelt en tot rust komt.”

Voor sommige leerlingen is deze setting nog een brug te ver. Voor hen is een flexarrangement ingericht: het samenwerkingsverband heeft vijf docenten één dag per week in dienst genomen om bij kinderen thuis les te komen geven in een vak naar keuze. Johan Vermeer: “Jongeren komen hierdoor soms letterlijk van hun zolderkamer naar de keukentafel om één op één les te krijgen in iets wat ze interesseert. Langzaam proberen we ze zo weer een beetje naar het onderwijs te geleiden. Beide projecten geven de mogelijkheid met iets positief bezig te zijn in plaats van alleen met hun problemen.”

 

6. De Holland-Rijnland Methode

In Holland-Rijnland (regio Leiden) zijn heldere ambities gesteld voor de thuiszitters in de regio aan de hand van de vraag: wat hebben de kinderen nodig? En wat betekent dat vervolgens voor de professionals en voor de manier waarop we het moeten regelen. Projectleider Hanneke van Noort, adviseur onderwijs en jeugdhulp, vertelt dat deze benadering geleid heeft tot een aantal pilots waarvan geleerd is voor vervolgprojecten: “We hebben in ieder geval geleerd dat maatwerk begint bij een goede samenwerking op scholen, met vaste contactpersonen. Er is behoefte aan multidisciplinaire begeleiders, met een achtergrond in zowel onderwijs als jeugdhulp, die kinderen thuis kunnen helpen. Langzaam kwamen we tot een nieuw groepsaanbod waarin onderwijs en gemeenten nauw samenwerken.”

Kenmerkend voor het project is de lerende houding. Je formuleert met elkaar de leidende principes van waaruit je wilt werken, en gaat dan met elkaar, met vallen en opstaan, op zoek naar wat het beste werkt. “Belangrijk is dat die zoektocht begint op school”, zegt Hanneke van Noort, “bij het trainen van de professionals daar en het formuleren van een goed plan, waar vervolgens ook de gemeente gebruik van maakt. School is de plek waar je de afspraken maakt.”

 

7. Jeugdondersteuners op IKC’s in de gemeente Leeuwarden

In Leeuwarden zijn van oudsher veel Integrale Kindcentra waar kinderopvang en onderwijs al jarenlang goed samenwerken. De gemeente voegde hier een component aan toe door drie jaar lang drie jeugdondersteuners voor drie dagen per week te stationeren op een aantal van de IKC’s. Hoewel de aanleiding een noodzakelijke bezuiniging was op het jeugdzorgbudget, waren de resultaten vooral ook inhoudelijk een succes. Projectleider Hanny Voskuylen, beleidsadviseur onderwijs van de gemeente Leeuwarden, vertelt dat de inzet van jeugdondersteuners geleid heeft tot beduidend minder vraag naar 2e-lijnszorg, omdat veel preventiever kon worden gewerkt. “De sleutel tot het succes is wat mij betreft dat de jeugdondersteuners onderdeel vormen van het ecosysteem van de school en tegelijk onafhankelijk zijn.”

De resultaten van het project werden gemonitord door NHL Stenden Hogeschool, waardoor ook een stevige cijfermatige basis is gelegd voor een vervolg: “Er ligt nu een beleidsvisie voor de komende acht jaar”, vertelt Hanny Voskuylen trots, “die gedragen wordt door alle partijen. We breiden de werkwijze nu uit tot vijftien locaties, met de gemeente in de regierol.”

De conclusie van alle bevindingen op de zesde dialoogsessie Met Andere Ogen kan niet anders zijn dan dat er inmiddels heel veel in beweging is gekomen. Astrid Ottenheym: “Iedereen is gaan oefenen met anders kijken, met anders doen. We moeten niet vergeten hoe we begonnen zijn: ineens was er de decentralisatie, en moesten wij als professionals elkaar gaan vinden in de leefwereld van de ouders, het kind en de leerkracht. Zolang we blijven werken en denken vanuit het kind, en de krachten bundelen, kunnen we de transformatie maken naar een goed werkend ecosysteem waarin kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen. Maar we zijn pas net begonnen!”

 Met Andere Ogen – bouwstenen voor een nieuwe manier van kijken, doen en denken #6
  1. Geef ouders de hoofdrol.
  2. Begin ieder gesprek bij de inhoud, aan het einde praten we pas over geld.
  3. Door er vroeg bij te zijn, op school, voorkom je zwaardere vormen van jeugdhulp.
  4. Organiseer de samenwerking tussen professionals op plekken waar kinderen zijn.
  5. Geef thuiszittende jongeren onderwijs op maat, zodat ze ook weer met iets positiefs bezig kunnen zijn.
  6. School is de plek waar je de afspraken maakt.
  7. Organiseer ambulante jeugdhulp op school, en zorg dat deze een onafhankelijke positie heeft.

 

Dialoogsessie #6 – ‘Door de ogen van de Inspiratieregio’s’ is hier terug te kijken.


Delen