06 mei 2020
Anne Looijenga (Directeur Dienstverlening en Centrum voor Ontwikkeling KPZ)

‘Alleen door samenwerken ontstaan er eerlijke kansen voor kinderen’

Om de ontwikkelkansen van alle kinderen te vergroten hebben we alle ogen, nodig. In deze serie portretten met vijf vaste vragen laten we mensen aan het woord die hun blik werpen op Met Andere Ogen.

  1. Wie ben je en wat is je (professionele) rol?

‘Ik ben een bedrijfskundige met een onderwijshart die zoekt naar nieuwe, creatieve en effectieve oplossingen als het gaat om maatschappelijke vraagstukken. Ik probeer een aantal jaren vooruit te kijken bij complexe vraagstukken die niet regulier kunnen worden opgelost, waarvoor je andere combinaties, inzichten en contexten nodig hebt om dit op te lossen of ieder geval proberen te beïnvloeden. Sinds 10 jaar ben ik directeur bij de Katholieke Pabo in Zwolle, na bijna 20 jaar als adviseur, programmamanager en leidinggevende in het sociale en educatieve domein. In 2015 zijn we begonnen met een initiatief rondom de Campus Kind en Educatie gericht op het thema kindberoepen. Dit is een samenwerkingsverband tussen KPZ, Hogeschool Viaa, mbo Menso Alting, Landstede mbo en Landstede Kinderopvang. Niet ieder kind heeft dezelfde kansen. Dat merk je ook ten tijde van het thuisonderwijs. Niet iedereen heeft een goede laptop, sterk genoeg internet etc en voldoende uitdaging of veiligheid thuis. Ons instituut is 125 jaar geleden opgericht met twee doelstelling: het werken aan laaggeletterdheid bij kinderen en het zorgdragen voor eerlijke kansen. En dat doen we eigenlijk nog steeds. Het zit in ons DNA. Dit is iets waar de politiek nu ook klaar voor lijkt te zijn.

  1. Waar staat Met Andere Ogen voor in jouw ogen?

‘Eerlijke kansen en perspectieven voor kinderen en jeugd. Dit geldt voor alle kinderen: zowel de groep die in het gedrang komt in de systemen, als de 80 procent waar het goed mee lijkt te gaan, maar voor wie het toch nog niet optimaal georganiseerd wordt; problematiek die we aan de buitenkant niet zien. MAO zorgt ervoor dat de maatschappij, de politiek en professionele organisaties en de diverse professionals gemeenschappelijk de daadwerkelijke verantwoordelijkheid nemen voor kinderen en ouders. Ik zie daarin een mooie trend waarbij de politiek in de regie steeds meer zijn verantwoordelijkheid neemt. Dit zit deels in een financiële urgentie omdat er grote problemen zijn met de financiering van de jeugdhulpverlening, maar ik zie ook wethouders en bepalende bestuurders en ambtenaren die initiatieven nemen in het belang van de kinderen.’

  1. Welk kind heb je voor ogen, hoe draag je bij aan het vergroten van zijn of haar ontwikkelkansen? 

‘Het begint bij eerlijke kansen voor kinderen, jeugdigen en studenten. Vijf jaar geleden zijn er toelatingseisen ingevoerd voor de lerarenopleidingen waardoor een groot deel van de MBO studenten geen toegang meer had tot het hoger onderwijs. Wij zijn een nieuwe opleiding gestart waar inmiddels 140 studenten zijn afgestudeerd en nu 220 studenten actief zijn. Zeker 80% van deze mensen was anders niet in het HBO terecht gekomen en dat reflecteert terug op de kinderen die nu door dit soort afgestudeerde leraren beter onderwijs kunnen krijgen. Deze nieuwe professionals weten de verbinding te leggen tussen kinderen, ouders, de wijk, het dorp, sportverenigingen, leesexpres, sociale wijkteam etc. Ze denken buiten de traditionele systemen en weten die te doorbreken in het belang van de kinderen. Het zijn niet alleen jonge twintigers die deze opleiding volgen, maar ook professionals die jarenlang werken in de diverse sectoren of herintreders en carrière-switchers van in de veertig- en vijftig. De kern van Met Andere Ogen is het interprofessioneel werken binnen teams in het belang van kinderen, waarbij je nieuwe spreektaal krijgt, nieuwe professionele cultuur en nieuwe werkwijze, waarbij je elkaars verantwoordelijkheden en rollen over mag nemen in het belang van kinderen.’

  1. Wat kun je zelf bijdragen aan Met Andere Ogen?

‘Wij kunnen voorbeelden laten zien hoe zo’n proces loopt en hoe je dit kunt vormgeven. In de praktijk, maar ook wat de theoretische onderbouwingen en factoren voor belemmeringen en successen zijn. Dat is heel lastig omdat veel mensen vooringenomen zijn over elkaars proces. Wat kan de samenwerking tussen instituties en professionals op leveren, maar ook praktische voorbeelden van een professionals over hoe je bijvoorbeeld binnen komt bij een sportvereniging, centrum voor jeugd en Gezin of bibliotheek. Of hoe help je ouders met het invullen van een formulier om uiteindelijk kinderen de kans te geven boeken te gaan lezen. Ook bezitten we veel data over laaggeletterdheid en regionale analyse en andere feitelijke informatie die kunnen bijdragen aan bewustwording, effectieve interventies en professionalisering. Die bewustwording en dialoog, daar begint het mee. Dat gaat over de sectoren heen. Dat is zeker gaande. We krijgen hierover vanuit allerlei regio’s, gemeenten en wijken vragen. We hebben bijvoorbeeld filmpjes met succesverhalen, maar ook voorbeelden van de belemmeringen waar we tegenaan lopen. Die willen we graag delen. Wat wij belangrijk vinden is het leren van daadwerkelijk multidisciplinair interprofessioneel werken. Dat is nog lastiger dan het klinkt. Dan moet je elkaar echt toelaten tot elkaars professie. Ook moeten professionals het lef en doorzettingsvermogen hebben om bestaande systemen te doorbreken. Dit vraag niet alleen lef, maar ook leiderschap. Hiervoor is de Campus gestart met een tweede interprofessionele opleiding als Master Leiderschap en Innovatie gericht op de samenwerkende sectoren Kinderopvang, Educatie, Sociaal Werk, jeugdzorg en lokale overheden. Daarvoor zijn we constant in onderhandeling en gesprek met bijvoorbeeld ministeries, branche en belangenverenigingen die ons het liefst weer terugduwen in de bestaande systemen. Soms is dat frustrerend, maar ik zie ook hoe onze studenten en partners in het werkveld dit wel oppakken en daar word ik enorm blij van.’

  1. Vul aan: voor mij is Met Andere Ogen geslaagd als….

‘… we op korte termijn binnen de wijken rondom professionele organisaties de gelijke kansen van kinderen en jeugd kunnen vergroten. Dat begint in de fase van bewustwording. Hoe kom je tot een gemeenschappelijke spreektaal? Hoe leren we elkaar echt kennen? Dat gaat veel verder dan een samenwerkingsovereenkomst. Hoe ga je echt het gesprek met elkaar aan? Wat zijn de meeste urgente hiaten in onze regio, zoals laaggeletterdheid, sociale armoede en kansenongelijkheid? Die hiaten zijn echt verschillend, zelfs op slechts 20 kilometer afstand. Is de regio bekend met wat bij hun de meest urgente hiaten zijn en hoe bij te dragen aan het oplossen hiervan, dan is Met Andere Ogen voor mij geslaagd.’


Delen