07 september 2022

Is dit de verbinding onderwijs en zorg die we willen?

Onlangs presenteerde Jouke Douwe de Vries de resultaten van zijn onderzoek naar netwerken voor onderwijs en zorg in de provincie Fryslân. Bij alle netwerken uit zijn onderzoek wordt door de gemeente samengewerkt met één of meerdere scholen en soms ook de kinderopvang. De Vries vraagt zich af of dat wel voldoende is. ‘Volgens mij zijn er meer samenwerkingspartners nodig om de jeugdzorg beter, laagdrempeliger en goedkoper op school te organiseren.’ Wat is zijn betoog?

Uit mijn onderzoek komt naar voren dat netwerken voor onderwijs en zorg het beste functioneren, wanneer er samengewerkt wordt binnen een Integraal Kindcentrum (IKC), waarbij naast de gemeente en de basisschool ook de kinderopvang betrokken is. Op de momenten dat hulpverleners op school aanwezig zijn, begeleiden ze niet alleen leerlingen, maar geven ze ook algemene opvoedkundige ondersteuning aan de ouders, die net als hun kinderen makkelijk even binnen kunnen lopen. Daar gaat bovendien een stevige preventieve werking van uit. De, met name sociale, problematiek op de scholen uit mijn onderzoek is daardoor aanzienlijk verminderd.

Dat doet mij dan ook afvragen of je hier niet nog meer op moet inzetten, door nog meer partijen bij de samenwerking te betrekken. Ook enkele door mij geïnterviewde wethouders en schooldirecteuren opperen dit. Zo wordt de GGD genoemd als belangrijke samenwerkingspartner voor kinderen (en hun ouders), vooral met het oog op de 'consultatiebureaufase' van 0 tot 2 jaar. Daarnaast zou het jeugd- en jongerenwerk aangehaakt moeten worden voor een verbreding van de ondersteuning; met name als er sprake is van sociale problematiek in de omgeving van de school. Ook overwegen veel gemeenten om te gaan werken volgens het IJslands Preventie Model. In dat geval is de vraag of je verenigingen en organisaties voor muziek, sport en cultuur niet als samenwerkingspartners moet toevoegen. Dit alles uiteraard in een doorgaande lijn met het voortgezet onderwijs om zo een dekkend ondersteuningsaanbod van 0 tot 18 jaar te realiseren.

Geen doorverwijzingen

Als je het hebt over een dekkend aanbod, durven we dan ook voor maximale ondersteuning op school te gaan? Daarmee bedoel ik: geen doorverwijzingen meer naar dure individuele zorgtrajecten? Tijdens mijn onderzoek stelde ik een schooldirecteur de vraag: “Wat heb jij nodig om te komen tot 0 doorverwijzingen?” Specialistische hulpverleners op school, zoals een schoolpsycholoog, opperde de schooldirecteur. Een paar jaar geleden bezocht ik De Bombardon in Almere, een school voor speciaal basisonderwijs. Naast vier algemeen hulpverleners was daar bijvoorbeeld ook een parttime gedragswetenschapper aangetrokken.

Door de hulpverlening op school te organiseren, wordt veel onrust voor het kind voorkomen; evenals veel gereis door ouders naar specialistische zorgaanbieders. Bovendien vormen hulpverleners op school daardoor veel meer een team, ook samen met het onderwijzend personeel 'dat eindelijk weer aan lesgeven toekomt', aldus een door mij geïnterviewde schooldirecteur. Bovendien is het aantrekken van een algemeen hulpverlener voor meerdere leerlingen veel goedkoper dan alle individuele jeugdzorgtrajecten die nu door de gemeente worden bekostigd.

Ik heb niet de illusie dat álles op school georganiseerd kan worden. Er blijven ook altijd specialistische zorgtrajecten buiten de school nodig, maar er kan wel veel meer op school georganiseerd worden. Bovendien hoeft er niets nieuws bedacht te worden, veel ondersteuning is er al, het zit 'm in de verbinding en de samenwerking. Wat mij betreft nemen gemeenten het voortouw om die verbinding tot stand te brengen én maken ze daar nu echt vaart mee. Want was dat destijds, in 2015, niet de bedoeling van de transformatie in de Jeugdzorg?

Oproep

Wil je hierover in gesprek met Jouke Douwe de Vries? Laat het dan weten via metandereogen@vng.nl en dan organiseren we een bijeenkomst voor de geïnteresseerden.

 

Jouke Douwe de Vries MSc

Wethouder Sociaal Domein, Welzijn, Onderwijs en Financiën in de gemeente Noardeast-Fryslân. Hij deed wetenschappelijk onderzoek naar netwerken voor onderwijs en zorg in de provincie Fryslân en studeerde onlangs af met de scriptie 'Het geld, het gewin en de wethouder'.