02 maart 2021

Maatwerktraject Onderwijs en Arbeid in regio Haaglanden

Kinderen en jongeren die soms net wat extra hulp nodig hebben om zich optimaal te kunnen ontwikkelen, krijgen binnen het basis- en voortgezet onderwijs meestal wel de hulp die ze nodig hebben. Maar dan… Ze gaan naar een vervolgopleiding, worden 18 jaar, ineens zijn ze volwassen en worden ze geacht zelfredzaam te zijn.

Vaak komt dat neer op: zoek het nu zelf maar uit. In de regio Haaglanden is in 2018 voor deze groep jongeren het Maatwerktraject Onderwijs en Arbeid opgezet. Het doel: jongeren in de leeftijd van 16 tot 27 jaar helpen een opleiding te voltooien, en ze te begeleiden naar werk. Projectleider Tina van Wouw vertelt hoe zij en haar vijftien maatwerkcoaches dat aanpakken: ‘Wij vervullen de rol van betekenisvolle volwassene. Door allerlei omstandigheden mist onze doelgroep zo’n belangrijke persoon in hun leven, een soort tante die je er voor je is, maar je ook af en toe streng kan toespreken als dat nodig is. We vinden het belangrijk dat de jongeren zelfsturend worden, zelf weer controle krijgen over hun leven. Daar hebben ze hulp bij nodig, en die hulp bieden wij.’

Vroegtijdig School Verlaters

De hulp van de coaches is volledig maatwerk. De doelgroep wil heel graag iets bereiken, maar ze passen vaak niet in de structuur van opleidingen, werk en hulpverlening. Dat kan diverse oorzaken hebben: ze hebben al jong kinderen gekregen, ze moeten mantelzorg verlenen aan hun hulpbehoevende ouders, of ze hebben grote schulden. Probeer er dan maar eens een opleiding naast te volgen, waarbij je geacht wordt op vaste tijden op school te zijn (of achter de computer te zitten). Het gevaar is dat ze het opgeven en terechtkomen in de categorie – want ook daarvoor hebben we een label bedacht – Vroegtijdig School Verlater. 

De maatwerkcoaches zoeken samen met de jongere naar een werkbare oplossing, in overleg met de school en andere instanties die nodig zijn. “We proberen van een vierkant geen driehoek te maken om maar in de mal te passen”, vat Tina van Wouw de aanpak samen, ‘maar we kijken of we de mal kunnen aanpassen aan wat de jongere nodig heeft.’

Maatwerkcoaches

In de drie jaar dat het Maatwerktraject Onderwijs en Arbeid nu bestaat, hebben de maatwerkcoaches al ruim 650 jongeren kunnen helpen. Zonder de hulp van MOA zou het de meesten van hen niet zijn gelukt hun opleiding af te maken. Mét hulp van het traject is het percentage VSV’ers nog slechts vier procent, met recht een succes. 

Sleutel tot het succes zijn de specifieke kwaliteiten van de maatwerkcoaches. Ze hebben zelf vaak het nodige meegemaakt, zijn dus ervaringsdeskundig, en hebben bijvoorbeeld in het onderwijs gewerkt waarbij ze vaak dachten: dit kan anders. Opvallend vaak hebben ze ook een kunstzinnige achtergrond, wat iets zegt over de creativiteit die voor hun werk nodig is.

Waar ben je goed in?

Zo is maatwerkcoach Marije Mostert van huis uit dramadocent. Dat helpt haar zich goed te kunnen verplaatsen in wat jongeren nodig hebben. ‘Het begin ermee dat je een klik moet hebben’, vertelt ze. ‘Soms is die er niet, en moet je eerlijk concluderen: deze jongere is beter af bij iemand anders. We proberen om met een open blik, zonder ballast van het verleden, jongeren te leren op een andere manier naar zichzelf te kijken. We leren ze hun potentie te zien: waar ben je goed in? In de coronatijd ging dat heel goed door veel met ze te wandelen. Ze zijn dan uit hun vaak benauwde omgeving en kunnen even vrijuit praten.’

Belangrijk is om de jongeren uit hun weerstand te halen. Veel van hen zijn er inmiddels aan gewend “dat ze niks kunnen en dat niks lukt”. De maatwerkcoaches helpen ze dit zelfbeeld te corrigeren, zodat ze weer vertrouwen krijgen in een toekomst voor zichzelf. ‘Soms moet je daarbij ook hard kunnen zijn’, zegt Tina van Wouw. ‘Je moet niet bang zijn ze een spiegel voor te houden om ze uit hun bubbel te krijgen. En we zeggen ook altijd: maak gerust fouten. Een fout is pas een fout als je er niks van leert.’

Speciaal MBO-onderwijs

Waar de coaches het meeste last van hebben, zijn instellingen die niet willen meebewegen, die vasthouden aan de structuren die ze nu eenmaal zo hebben vastgesteld. Ook de schotten tussen de verschillende systemen van onderwijs en hulpverlening helpen niet mee. Die belemmeren het zicht op een gezamenlijke aanpak die voor iedereen centraal zou moeten staan. 

Wat zou helpen is het opzetten van een school waar deze jongeren beter geholpen kunnen worden. Tina van Wouw denkt daarbij aan een vorm van speciaal MBO-onderwijs (naar het voorbeeld van speciaal basis- en voortgezet onderwijs), waar onderwijs en hulpverlening samenwerken en met een campusachtige opzet, waar je dus ook (tijdelijk) kunt wonen en leven. Ze zag hiervan een mooi voorbeeld in Denemarken: de Birkerød International School: ‘Ik vond dat een heel mooi, sociaal onderwijsconcept voor jongeren waarbij de thuissituatie of afkomst (en dus financiële middelen) er niet toe doen. Ze doen wat nodig is en wat werkt.’

Van Wouw is inmiddels bezig met een promotieonderzoek naar een dergelijke vorm van onderwijs voor jongeren en jongvolwassenen. Ze hoopt van harte dat ze een dergelijke school binnenkort zelf mag opzetten. Want daar gaat het tenslotte om: iets doen, in plaats van alleen maar plannen maken. ‘We zijn heel goed in het maken van bucketlijsten. Ik pleit voor het maken van fuck-itlijsten. Stop met dingen die niet werken. Misschien is dat typisch Haags, maar het werkt!’

Voor meer informatie en contactgegevens, kijk op www.rocmondriaan.nl/moa


Delen